Biologisch bodemleven - Hgagro.nl

Biologisch bodemleven

Biologisch bodemleven

Het bodemleven omvat een brede diversiteit aan organismen: micro-leven (bv. bacteriën, schimmels, aaltjes, protozoa) en macro-leven (bv. mollen, pot- en regenwormen, kevers, emelten, duizendpoten).

Een aantal groepen organismen voedt zich uitsluitend met plantenresten. Deze groepen dienen weer als voedsel voor andere groepe organismen in de bodem. Zo heerst er een dynamisch voedselweb in de bodem (zie plaatje bodemvoedselweb).

Bij voldoende aanbod van organische stof zullen de verschillende groepen organismen elkaar in balans houden, waardoor pathogenen geen kans zullen krijgen te overheersen. De samenstelling van het bodemleven wordt bepaald door het aanbod organische stof en de pH: op een zure bodem met moeilijk afbreekbare organische stof overheersen schimmels, bij een bodem met een neutrale pH en makkelijk afbreekbare organische stof overheersen bacteriën.

Bodemleven en nutrienten

Het bodemleven speelt een belangrijke rol bij omzettingen van organisch materiaal, waarbij nutriënten als stikstof, fosfaat en zwavel vrijkomen voor opname door gewassen. Verschillende organismen uit het bodemvoedselweb zijn daarbij betrokken.

De organismen die betrokken zijn bij de afbraak van organisch materiaal hebben invloed op het vrijkomen van nutriënten. Een bekend voorbeeld hiervan zijn verschillen in de C:N-ratio tussen bacteriën en schimmels en de consequenties daarvan voor het vrijkomen van stikstof bij de mineralisatie.

Daarnaast zijn de eigenschappen van het organisch materiaal en de omgevingscondities (temperatuur en vochtgehalte) van belang voor de activiteit van het bodemleven en het effect op de nutriëntenhuishouding.

Ziekte- en plaagwering

De weerbaarheid van de bodem tegen ziektes en plagen wordt vaak genoemd als een kenmerk van een goede biologische bodemkwaliteit. De gedachte hierachter is dat een bodem met een goed ontwikkeld bodemvoedselweb in balans zal zijn. Een sterke vermenigvuldiging van parasitaire bodemorganismen wordt afgeremd door het overige bodemleven met als resultaat dat de bodem in balans blijft.

Bron: De Goede en Brussaard